Leonardo inspireert de Regenboog

 

Iedereen kent Leonardo da Vinci (1452-1519),hij mag wellicht het meest       

veelzijdidge uitvinder van de wereldgeschiedenis genoemd kan worden. Reeds op jonge leeftijd observeerde hij zijn omgeving, stelde zich vragen, verzamelde informatie, probeerde Dit is jammer, in de eerste plaats voor deze kinderen, maar ook voor de maatschappij die op  deze manier veel talent verloren laat gaan.

 

De “Leonardo’s” van deze tijd

2 à 3 % van alle kinderen vallen in de categorie hoogbegaafd - volgen tot de 4 jaar een nagenoeg gelijke ontwikkeling.

Over het algemeen hebben hoogbegaafde kinderen rond de 4 jaar al een brede algemene ontwikkeling, een grote taalschat, een behoorlijk getalinzicht en een enkele leerling heeft zichzelf al lezen geleerd. Dan gaan ze naar school en wordt alles anders. De leerkracht, lesmethodes en het gemiddelde niveau van de groep bepalen nog in belangrijke mate wat er geleerd wordt, op welke manier en  in welk tempo.

Er rest hen dan slechts twee mogelijkheden: zich aanpassen aan de groep en zichzelf verloochenen of hun eigen lijn trekken en een buitenbeentje worden. Wetenschappelijk onderzoek en ervaringsgegevens van orthopedagogische instituten hebben uitgewezen, dat 50% tot 80% van deze kinderen problemen krijgt op school, variërend van onderpresteren, gedragsproblemen en psychosomatische klachten tot volledig afhaken (dropouts).

Hierdoor kunnen zij bij lange na niet laten zien wat ze in hun mars hebben. Dit is jammer voor deze kinderen, hun ouders en voor de Nederlandse   maatschappij die op deze wijze veel talent verloren ziet gaan. Kern van het probleem is, dat de kinderen zich moeten ontwikkelen in structuren die niet bij hun leeftijd en hun tempo van ontwikkeling aansluiten.Albert Einstein zei reeds hierover: “Je kunt een probleem niet oplossen in dezelfde context waarin het ontstaan is”.

 

Leonardo op de Regenboog  

Op dit moment hebben we op de Regenboog 2 Leonardogroepen. Een 3,4, 5 combinatie en een 6,7,8 groep. De kinderen werken op hun eigen niveau aan hun weektaak. De kinderen werken veel in en aan projecten. Daarnaast hebben ze nog de extra vakken zoals filosofie, engels, spaans, wiskunde en schaken. Engels en spaans wordt door native speakers gegeven. Ook zijn er activiteiten  waarbij de kinderen meedoen  met de reguliere activiteiten binnen de school. Daarbij moet dan gedacht worden aan gym, de  schoolexcursie en het overblijven.

 

Extra kosten

 Een nieuwe en daarna groeiende afdeling heeft natuurlijk in eerste instantie te maken met een aantal soorten opstartkosten.   Daarna zijn de operationele kosten hoger dan in het reguliere onderwijs. Dit heeft een aantal oorzaken.

     Kleinere klassen
De vergoeding per kind vanuit het rijk is even hoog als in het reguliere onderwijs. Omdat de Leonardoafdeling met hooguit 16 kinderen per klas werkt, zijn de inkomsten per klas lager. Leonardo-onderwijs heeft (nog) geen erkenning als speciaal onderwijs waarmee het kan rekenen op een hogere rijksbijdrage per leerling.

     Extra leerkrachten
Voor speciale vakken, die voor de verrijking van het lesaanbod zorgen, worden vakleerkrachten aangetrokken die naast de groepsleerkrachten hun lessen verzorgen. Hierdoor is het aantal leerkrachten per leerling verhoudingsgewijs nog iets groter dan bij regulier onderwijs.

     Excursies en materialen
In aanvulling op en ter verrijking van de klassikale lessen hebben de leerlingen vaker excursies en uitstapjes naar instanties,

     bedrijven of evenementen. Dit brengt vaak vervoers- en entreekosten met zich mee. Daarnaast maakt men gebruik van allerlei aanvullende materialen en hulpmiddelen, soms gesponsord, maar vaak ook niet.

 

     Basisfinanciering

    De Leonardoafdeling wil haar onderwijsconcept voor alle hoogbegaafde leerlingen toegankelijk houden (de Leonardostichting streefgeen priveschool na). Daarnaast wil het natuurlijk continuïteit van deze onderwijsvorm kunnen bieden voor vele jaren.
De basiskosten van de  Leonardoafdeling worden gedekt door het feit dat zij deel uitmaakt van basisschool. Leerlingen worden ingeschreven bij deze partnerschool en daardoor kan gebruik worden gemaakt van zaken als huisvesting en diverse standaardfaciliteiten.

 

Ouderbijdrage

Een deel van de extra kosten wordt gefinancierd uit de ouderbijdrage, waarvan de hoogte jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld afhankelijk van de opbrengst van de sponsorwerving.

De ouderbijdrage is in de praktijk ook hoger dan bij het reguliere onderwijs, voornamelijk ter financiering van de extra excursies  en materialen (bijvoorbeeld de laptop).

 

Aanvullende financieringsbehoefte

Maar de basisfinanciering en de ouderbijdrage zijn nog niet genoeg om alle tekorten te kunnen dekken. Daarom is de Leonardoafdeling op dit moment nog sterk afhankelijk van subsidies, sponsoring en donaties van het bedrijfsleven,  overheid en particulieren.De  Leonardoafdeling heeft een aantal ouders bereid gevonden om na te denken over manieren om deze aanvullende financiering te organiseren. Wie hiervoor nog suggesties heeft, of wie een financiële bijdrage wil leveren, kan met de  Stichting Vrienden van Leonardo contact opnemen via de website www.leonardomaarssen.nl of bellen met de school (0346- 578369)  en vragen naar mevr. Laar

 

                                 

Stichting voor Jenaplanonderwijs De Regenboog,

   Bezoek- en postadres:

   Jenaplanschool De Regenboog

    Spechtenkamp 232

   3607 KN Maarssen

 

 Contactpersoon:

     Mev. A. Albrecht / W.H.Laar

     Uitgebreide informatie en aanmelding

     0346-578369 of directie@jenaplanschoolderegenboog.nl

                            

Stichting Vrienden van Leonardo Maarssen

    www.leonardomaarssen.nl

                           

 Stichting Leonardo Nederland

    Leonardoscholen Nederland

    info@leonardostichting.nl

    www.leonardostichting.nl